Een Taalhuis opzetten en onderhouden

Het opzetten en onderhouden van een Taalhuis kent vier fases:

  1. Oriëntatie: Activiteiten in deze fase: netwerken opbouwen en activeren en draagvlak creëren (bij gemeente en andere partijen). Groep van kernpartners samenstellen met in ieder geval gemeente, taalaanbieder of docent (borging taalinhoudelijke expertise), welzijns- en vrijwilligersorganisatie, bibliotheek of andere organisatie met les- en/of oefenruimtes en goede faciliteiten.
  2. In oprichting: Activiteiten in deze fase: de kernpartners stellen een gezamenlijk Plan van Aanpak op, verdelen de rollen, stellen ambities vast, maken een begroting, zoeken naar financiering en brengen het taalaanbod in kaart.
  3. Open: Activiteiten in deze fase: werken aan de bouwstenen en zorgdragen voor kwaliteitsbehoud.
  4. Kwaliteitsborging en doorontwikkeling: Activiteiten in deze fase: het Taalhuis neemt deel aan het certificeringstraject door het CBCT.

Taalhuizen kunnen bij de gemeente aangeven dat zij ondersteuning wensen van de Stichting Lezen & Schrijven. Bibliotheken krijgen advies van hun regionale POI-coördinator die tevens samenwerkt met de regionale coördinator van Taal voor het Leven. 

Bouwstenen voor een duurzaam Taalhuis

  1. Een (Digi)taalhuis heeft als taak het werven van de doelgroep(en), het afnemen van intakes en doorverwijzen naar passend aanbod binnen of buiten het (Digi)taalhuis. Hierbij wordt gezorgd voor een passende match tussen leervraag en -aanbod. Monitoren/volgen van de deelnemers is onderdeel van de aanpak.

  2. Het (Digi)taalhuis heeft in elk geval één of meerdere fysieke (oefen)plekken waar een basiscollectie lees-, les-, oefen- en toetsmaterialen (zowel fysiek als digitaal) beschikbaar is. Het (Digi)taalhuis zorgt voor een actueel en compleet overzicht van het cursusaanbod van basisvaardigheden dat beschikbaar is voor alle partijen in het werkgebied. Het (Digi)taalhuis beantwoordt vragen over zowel het basisvaardighedenaanbod, de collecties en materialen.

  3. De dagelijkse coördinatie van het (Digi)taalhuis ligt bij de taalhuiscoördinator, van wie de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn vastgelegd.

  4. Aan het (Digi)Taalhuis is een taalinhoudelijk onderwijskundig specialist verbonden met een NT1/NT 2- bevoegdheid en die ervaring heeft met de doelgroep(en). Deze functionaris is verantwoordelijk voor de intakes van laaggeletterden, het vaststellen van leerroutes, het coachen en het bieden van deskundigheidsbevordering aan taalvrijwilligers (incl. vrijwilligers basisvaardigheden).

  5. Indien het (Digi)Taalhuis de verwijsfunctie uitvoert én informeel of non formeel aanbod verzorgt, is een duidelijke functiescheiding vastgelegd opdat doorverwijzing altijd plaatsvindt op basis van onafhankelijkheid en professionaliteit.

  6. De vrijwilligers die door het (Digi)taalhuis worden ingezet, worden op basis van een gericht plan ingewerkt en opgeleid, bijvoorbeeld door deelname aan de basistraining van de Stichting Lezen & Schrijven. Voor het optimaal inrichten van het vrijwilligerswerk voor zowel het (Digi)taalhuis als de vrijwilligers zelf kan bijvoorbeeld worden geput uit de normen van het vrijwilligerskeurmerk Goed Geregeld.

  7. Het (Digi)taalhuis heeft of participeert in een aanpak om de kwaliteit van de werkwijze en dienstverlening en de door het (Digi)taalhuis bereikte resultaten te monitoren, te evalueren en waar nodig bij te kunnen stellen (plan–do-check-act), in afstemming met de opdracht van de gemeente. Tevens verzamelt het (Digi)taalhuis, met inachtneming van de relevante wet- en regelgeving, de noodzakelijke kwalitatieve en kwantitatieve informatie die noodzakelijk is voor haar kwaliteitszorg.

  8. Het (Digi)taalhuis committeert zich aan de vierjaarlijkse externe toetsing op basis van het certificeringskader Taalhuizen.

Instrumenten

De afgelopen jaren zijn er veel instrumenten ontwikkeld die u kunnen ondersteunen bij de opzet, de dagelijkse uitvoering en de kwaliteitsverbetering van uw Taalhuis. Deze instrumenten vormen samen de toolkit voor Taalhuizen.